Zeldzame aarden in windturbines
Maar hoe zit het nu met die vervuilende materialen? In het persbericht en bijhorende artikel van professor Binnemans ligt de focus op de zeldzame aarden. Citaat: “Generatoren van moderne windmolens maken vaak gebruik van sterke permanente magneten op basis van zeldzame aarden (een soort metalen) om elektriciteit op te wekken. Voor de bouw van één windmolen zijn meerdere honderden kilo’s aan zeldzame aarden vereist, en dan vooral het element neodymium.”
Welnu, in Vlaanderen staan op heden 191 windturbines en geen enkele daarvan heeft tot nu toe permanente magneten gemaakt uit zeldzame aarden. De berichtgeving is dus nogal ongelukkig.
Er zijn enkele producenten van windturbines die in hun nieuwe modellen van turbines wel permanente magneten met zeldzame aarden gebruiken. Deze turbines zijn efficiënter en kunnen dus meer elektriciteit genereren. Om dezelfde reden worden rare aarden ook in vele andere toepassingen (permanente magneten, elektrische voertuigen) gebruikt. Onderzoek van EWEA (gebaseerd op onderzoek van het Joint Research Centre van de Europese Commissie), waarbij men toekomstige aanbodscenario’s van deze zeldzamen materialen meeneemt, komt tot de volgende conclusie: in 2020 zal de Europese windenergie 0.81% van neodymium en 0.95% van dysprosium verwerken in haar turbines.
Er zullen binnen dit en een paar jaar mogelijk dus wel enkele turbines staan in Vlaanderen waarin zeldzame aarden zitten. De windsector is er zich van bewust dat dit op de best mogelijke manier moet gebeuren. Daarom is de windsector op eigen initiatief internationaal op zoek naar systemen om de keten gedurende de hele cyclus te reguleren en te recycleren.
Los van het feit of en hoeveel deze materialen in windturbines gebruikt worden, het is een terechte zorg om voorzichtig en spaarzaam om te springen met schaarse aardmetalen. De ontginning is vaak nog milieubelastend en het materiaal is duur.
Het grote voordeel van het gebruik van rare aarden in permanente magneten is dat ze gemakkelijk traceerbaar en dus recycleerbaar zijn. Voor machines (turbines) is recyclage technisch mogelijk in Europa. De windenergiesector dringt sterk aan op deze recyclage. Dit is ecologisch én economisch een belangrijke meerwaarde.
Ademruimte d/voor windenergie
De Commissie Energie van het Vlaams Parlement organiseerde op 23 en 25 mei hoorzittingen inzake windenergie.
Uiteraard werd ook VWEA, de Vlaamse WindEnergie Associatie, gehoord als belangrijke partner voor de verdere ontwikkeling van windenergie in Vlaanderen. De presentatie die VWEA gaf kreeg als titel : “Ademruimte d/voor windenergie”.
Vooreerst gaf Chris Derde, voorzitter van VWEA, duiding bij de doelstelling van 1500 MW tegen 2020. Deze doelstelling is zeker haalbaar, aangezien tegen eind dit jaar naar schatting reeds meer dan 600 MW aan windcapaciteit vergund zal zijn. Ter vergelijking: Wallonië stelt zichzelf als doelstelling 5.000 GWh, wat overeenkomt met ongeveer 2.000 MW geïnstalleerd vermogen.
Maar om de Vlaamse doelstelling te behalen is het noodzakelijk dat een aantal administratieve belemmeringen weggewerkt worden. Een van de belangrijkste knelpunten is momenteel de ontwikkeling in de havengebieden. Deze gebieden zijn nochtans reeds meermaals aangeduid als prioritaire gebieden voor de ontwikkeling van windenergie. Helaas, de voorwaarden waaraan windturbines moeten voldoen zijn niet gepast voor ontwikkeling in de havengebieden. Zo wordt bijvoorbeeld niet in rekening gebracht dat vogels in sterk verstoorde omgevingen, zoals industriegebieden, een ander gedrag vertonen dan vogels in ongerepte natuurgebieden.
In het vergunningenbeleid vraagt VWEA volgende punten:
- Een eenheidsvergunning omdat tijdens de milieu- en bouwvergunning nu reeds hetzelfde afwegingskader wordt gebruikt
- Een volwassen beleidsafweging bij de vergunningsverlening
- Kennisopbouw inzake dat de hinder van turbines op het luchtverkeer binnen de overheid (Directoraat generaal luchtvaart) en meer transparantie en onderbouwing in de risico-inschatting
- Gepaste milieunormen in Vlarem
- Een actuele visie op de risico-inschatting inzake natuur
- Duidelijke afspraken inzake ruimtelijke ordening
Uiteraard is ook de ontwikkeling van een toekomstgericht elektriciteitsnet van belang. Dit zowel in de fysieke uitbreiding als in de wijze van exploitatie en omgang met de decentrale producenten.





