Ik herinner me vaagweg een weekend ergens in mei halverwege de jaren ’90, toen we ons met een handvol bevlogen mensen afzonderden om wat dieper in te gaan op het concept “duurzame ontwikkeling”. Dat was nog vóór het een modewoord was, dat te pas en ten onpas ergens bij geplakt werd. Dat was voordat het als een containerbegrip gehanteerd werd – een mooie term voor wat je niet nauwkeurig kunt omschrijven - en nog voor er gigantische containerschepen op riffen vastliepen. Het heeft nog even geduurd voor het beleid op Belgisch en wereldwijd niveau duurzame ontwikkeling in wetten en afspraken wist te gieten, een federale raad oprichtte en verdienstelijke pogingen ondernam om het concept breder bekend te maken.
Dat momentum uit het verleden kwam bij me op toen iemand me vroeg waarom onze Organisatie Duurzame Energie heet en niet hernieuwbare energie. Eerst en vooral zijn daar een aantal praktische redenen voor: de afkorting van een “Organisatie Hernieuwbare Energie” zou niet zo vreugdevol klinken, maar eerder als een opkomende hoestbui, een nagalmende Alpijnse herdersroep of als de aanvang van het avondlied van de scouts. Je zou het niet om de haverklap in een kruiswoordraadsel vinden – één van onze meest geslaagde maar minst bekende marketingstrategieën tot hier toe. Beethoven zou zijn symfonie moeten herschrijven. En het ergst van al: ik zou zelf mijn naam ook moeten wijzigen, anders rijmt het niet meer.
Los van deze praktische bezwaren is de term duurzame energie wel degelijk correct. Taalkundigen vinden dat misschien niet, maar ODE wil effectief gaan voor duurzame energie in al zijn facetten. Het spreekt voor zich dat het ecologische facet pertinent is. Het belang daarvan wordt op dit moment bedolven door besparingsingrepen en andere crisismaatregelen, die onze toekomst nog meer dreigen te hypothekeren. We hopen dat het beleid ook op dit vlak de juiste prioriteiten durft leggen, ondanks de budgettair donkere dagen.
De economische duurzaamheid van hernieuwbare energie biedt enorme kansen. De Europese Commissie berekende dat de Europese opwekking van hernieuwbare energie in 2010 reeds een besparing van 6 miljard Euro opleverde. Tegen 2020 zou dit in de Europese Unie jaarlijks oplopen tot 25 miljard. Er zijn weinig snoeioperaties die een dergelijk bedrag zouden kunnen genereren. De creatie van lokale werkgelegenheid is een andere duidelijke troef. Reeds eerder schatte de technologiefederatie AGORIA het potentieel voor 2020 op 40.000 arbeidsplaatsen, een equivalent van pakweg 20 autoassemblagefabrieken. Een concreet uitzicht voor de huidige en komende generaties.
ODE wil ook inzetten op sociale duurzaamheid. De transitie naar die hernieuwbare energie kost onze maatschappij heel wat geld. Op termijn zullen we deze kosten ruimschoots terug verdienen. Nu reeds zien we de prijzen op de elektriciteitsmarkt dalen bij een groot aanbod van energie uit zon en wind. Groepsaankopen kunnen de energiefactuur drukken. Wie kan en wil, tekent in voor een participatie bij een coöperatie of een andere organisatie. Dankzij zonnepanelen, warmtepompen, pelletsketels en/of zonneboilers kunnen heel wat mensen (deels) instaan voor hun eigen energieproductie, terwijl conventionele energieproductie altijd in handen van machtige concerns is gebleven.
Toch loopt de energiefactuur ondertussen voor een deel van de bevolking te hoog op. Dat ligt niet enkel aan de groei van hernieuwbare energie, maar toch wil ODE samen met armoede- en welzijnsorganisaties nagaan hoe we dit beleidsmatig kunnen aanpakken. Ondermeer omdat we onze mooie naam willen blijven verdienen, elke dag opnieuw.
Bart Bode

(B)ODE's BLOG
Nieuws
- OVED Studiedag: Groene warmte voor collectieve huisvesting
- OVED Studiedag: Het nieuwe energieconvenant aansluitbaar op uw energiebeleid
- Hernieuwbare energie schept banen
- Schotland krijgt een derde van zijn stroom uit hernieuwbare bronnen
- Industrie en ngo’s kiezen samen voor 100% hernieuwbare energie










